Er wonen in Bulgarije zo’n 9 miljoen Bulgaren, hiervan is 83,9% ook etnisch Bulgaars. De andere 6,1% bestaat uit minderheden als Turken, Roma, Russen, Armeniërs en Macedoniërs. De Macedoniërs worden echter, door de historische achtergrond, niet als aparte bevolkingsgroep bezien. Hun taal is sterk verwant aan het Bulgaars en lijkt meer op een dialect.
De Turkse minderheid heeft in de jaren tachtig veel tegenstand ervaren van de Bulgaarse bevolking. In 1984 moesten zij verplicht een Slavische naam aannemen. In 1988 werden grote intimidatietechnieken gebruikt, waardoor honderdduizenden Turkse Bulgaren naar Turkije vluchtten. Ook de Roma in Bulgarije hebben te maken met discriminatie. Ze komen vaak niet uit voor de etnische afkomst waardoor er niet bekend is hoeveel Roma er precies in Bulgarije wonen.
De Russen die in Bulgarije wonen zijn voornamelijk mannen en vrouwen die na de Tweede Wereldoorlog met Bulgaarse burgers trouwden.
De Joodse Bulgaren hebben hun leven te danken aan het feit dat er in Bulgarije nauwelijks enige antisemitisme bestond tijdens de Tweede Wereldoorlog. In die tijd werd er niet één Jood naar de Duitse kampen gedeporteerd. Tegenwoordig wonen er nog maar zo’n 4.000 Joden in Bulgarije. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er namelijk een massale emigratie naar Israel op gang.
Bulgaars is de officiële taal van het land en wordt met het cyrillische alfabet geschreven. De minderheden spreken voornamelijk Turks en Romani. In de kuststeden spreekt de bevolking ook Grieks, en langs de Donau wordt nog wat Roemeens gesproken. Als toerist kunt u zich met Engels prima redden. Het grootste gedeelte van de inwoners is lid van de Bulgaars-orthodoxe kerk. Er is ook een aanzienlijk grote moslim minderheid, die vooral uit etnische Turken en islamitische Bulgaren (Pomakken) bestaat.
De meeste Bulgaren wonen in de steden, 70% van de hele bevolking. De grootste steden zijn Sofia, Plovdiv, Varna en Boergas. Bijna alle Bulgaren met een Armenische etniciteit wonen in de hoofdstad Sofia en in Plovdiv. De overige 30% van de Bulgaarse bevolking woont op het dunbevolkte platteland.
De bevolkingsopbouw doet vrij westers aan. Het aantal inwoners tussen 0-14 jaar bedraagt 16%, tussen 15-64 jaar 68%, en 65 jaar en ouder 16%. Het grootste percentage heeft dus de leeftijd waarop ze werken, dit is een grote stimulans voor de economie. De gemiddelde levensverwachting is voor vrouwen ca. 74 jaar en voor mannen ca. 68 jaar. |